De dichtstbijzijnde gevel is de meest belaste gevel.

De gevelnorm geldt voor alle woningen. Zonder uitzondering. Daarom moet worden uitgezocht op welke woning het meeste geluid terecht komt. Belangrijk, want als een geluidsman een gevel kiest waar 3 dB minder geluid op valt en daar zijn monitoring op afstemt, krijgt de meest belaste woning dus 3 dB teveel geluid. Terwijl het festival zich op de borst klopt "weer binnen de norm" te draaien. Alertheid bij handhaving is geboden. Maar welke woning is nu het meest belast?

Hier spelen een aantal factoren een rol. Natuurlijk speelt afstand hier een belangrijke rol; per verdubbeling van de afstand neemt festivalgeluid ongeveer 6 dB af. Als het op 200 meter 70 dB(A) is, rekenen we op 400 meter 64 dB(A).

Daarnaast kunnen er andere gebouwen, dijkjes of heuvels, snelwegen met geluidswallen of andere objecten in de buurt staan die geluid in een bepaalde richting weren of juist reflecteren. Soms plaats een festival zelf zeecontainers als reflectiescherm. De lage tonen laten zich hier overigens minder door sturen; een zeecontainer is maar 3 meter hoog, de laagste tonen hebben golflengtes van 6 tot 12 meter en zijn weinig gehinderd door kleinere objecten. Zie ook diffractie.

Ook de richting van het podium van belang. Met name de subwoofers (baskasten) kunnen tegenwoordig behoorlijk precies gericht worden zodat het meeste geluid richting het publiek gaat, en relatief weinig geluid naar de achterkant of opzij. In deze lijn komt dan meer (bas)geluid dan in een andere richting en de overlast kan zich beperken tot die richting. Over het algemeen houdt men bij de opstelling van het podium rekening met de omliggende woningen.

Maar een onverwachte factor, de minst voorspelbare van allen, is de windrichting.

Uitleg van invloed windrichting

"De wind blaast het geluid een bepaalde kant op". Dat is de uitleg die men vaker hoort, ook in de media als er moet worden uitgelegd waarom een festival veel meldingen van overlast veroorzaakte, terwijl de indruk bestond dat er binnen de norm is gedraaid.



Echter, een "krachtige" wind waait niet meer dan 10 meter per seconde, terwijl geluid zich verplaatst met 343 m/s.
Stel, je staat op ruim 300 meter van het festival. Het effect van een krachtige wind jou kant op is net zo groot als wanneer je 10 meter dichter naar het festival toe zou lopen. Een onmerkbaar verschil. Deze uitleg voldoet dus absoluut niet, en verklaart zeker niet het verschijnsel dat net buiten het festivalterrein het volume lijkt mee te vallen, terwijl de overlastmeldingen vaak van grotere afstand komen.

Er moet een ander natuurkundige verschijnsel zijn die verklaart waarom een festival als Awakenings in Spaarnwoude bij oostenwind tot aan de kust te horen is. Hieronder volgt de uitleg.



Bij perfect windstil weer beweegt het geluid in concentrische golven, in principe alle richtingen op (links). Slechts een deel van het geluid dat de speakers verlaat komt ook bij de omwonenden.
De richting van de golf staat rechts ingetekend in blauw; loodrecht op het golffront.




Maar in Nederland is vrijwel altijd wind. Nu is het zo dat niet op alle hoogtes de wind even snel waait. Het KNMI meet altijd op 10 meter hoogte, maar op verschillende hoogtes heersen verschillende windsnelheden (hier getekend in groen). Hoe hoger, hoe meer wind.


Als gevolg hiervan treedt een fenomeen op dat paralellen heeft met de breking van het licht in een glas water.



Door de verschillde windsnelheden verspreidt het geluid zich niet langer in concentrische golven; de cirkels vervormen. Zij hellen als het ware voorover (links).
Als we vervolgens de richting van het geluid weer loodrecht op het golffront tekenen (rechts), dan begrijpen we het natuurkundig fenomeen.



Door de verschillende windsnelheden buigt het geluid dat in eerste instantie schuin omhoog wordt uitgezonden weer terug naar het aardoppervlak, richting de omwonenden.
Deze krijgen te maken met meer, soms veel meer geluid dan je op basis van de afstand en de richting van het podium zou verwachten.
Het is goed mogelijk dat er net buiten het terrein zelfs minder geluid is dan een paar honderd meter verderop. Dit leidt tot veel onbegrip bij festivalganger, soms ook bij de handhaver.
Het is van belang om te weten dat dit fenomeen bij alle windsnelheden optreedt.
Alleen bij windstil weer komt dit niet voor, maar dan is daar mogelijk sprake van atmosfersiche refractie ( zie laatste alinea).



Het omgekeerde hiervan speelt ook een rol. Waait de wind richting het festival, dan buigt het geluid eerder omhoog en hebben de omwonenden daar minder overlast. Dit verschil in overlast is helaas de bron van veel onbegrip. "ik hoor bijna niks, je zeurt" versus "ik klaag niet zomaar, ik heb significante overlast".


Refractie

Bij windstil weer treedt het hierboven beschreven fenomeen niet op. Er kan dan echter sprake zijn van atmosferische refractie. Dit is een verschijnsel dat optreedt wanneer de temperatuur aan de grond lager is dan in de hoger liggende luchtlagen. Dit is een typische omstandigheid voor de late avond in een zomers festivalseizoen.
Hoe warmer de lucht, hoe hoger de snelheid van het geluid. Ook hier vervormen de geluidsgolven en buigt het geluid terug naar de grond. Verschil met de situatie bij meewind is dat dit in alle richtingen rond het festival optreedt. (eenvoudige uitleg)
Het is mogelijk dat zich op verdere afstand een soort hotspots bestaan met meer geluidsbelasting dan de dichstbijzijnde gevel. Ook hier: hoe verder de afstand, hoe zwaarder de basverhouding.

Lager Toontje begrijpt wel dat meten op iedere gevel in de wijde omtrek niet reƫel is. Het is beter in de avonduren een conservatiever beleid aan te houden, en toch in ieder geval twee of drie meetpunten in de verwachte windrichting continue monitoren. Dat is wat we minimaal van vergunningverlener/handhaver mogen verwachten.