Geluidsbeleid is gebouwd op wankele vooronderstellingen

Wat is dB(A), wat is dB(C)?

dB(A)

Mensen hebben een beperkt gehoor. Niet alleen in de hoogte (hondenfluitjes), ook bij lage tonen onder 1000Hz neemt de gevoeligheid geleidelijk af.
Een standaard geluidsmeter zou alle geluid even zwaar wegen, ook de bastonen die in de muziekbeleving een grote rol spelen. Het totale volume dat een festival mag voortbrengen zou beperkt worden door tonen die de omwonenden minder goed kunnen horen, en dat vindt men niet eerlijk. Het karakter van Dance-, House-, Trance- of Hardcore-festivals zou verdwijnen als de bas grootdeels zou worden weggefilterd.
Daarom wordt er bij evenementen gewerkt met een filter dat de meting corrigeert op de beperking van het menselijk oor; de A-weging.
Beperking van de geluidsuitstoot is dus in ieder geval gevat in een norm in dB(A)

Hoe hoger de toon, hoe minder correctie. De schaal is niet lineair, dus voor het merendeel van het geluidsspectrum geldt geen correctie.
In de toonregeling van een evenement mogen tonen van 100Hz ongeveer 20 decibel harder klinken dan tonen hoger dan 1000Hz. De decibelschaal is ook niet lineair maar logaritmisch; Een verdubbeling van de energie resulteert in een toename van 3 decibel. Een verhoging met 20 dB vraagt ruim 6 maal zoveel energie. Toch neemt het menselijk oor op deze frequentie de 20 dB verhoging ongeveer even hard waar als de hogere tonen in het geluid.

Een toon van 100Hz

dB(C)

Simpel gezegd, dat is meten zonder deze correctie. De fysieke geluidsdruk wordt gemeten, en de hoeveelheid bas in de mix heeft grotere invloed op de totale meetwaarde.

Over het algemeen wordt in de metingen en de normen uitgegaan van een gemiddelde van bijvoorbeeld 5 minuten. Dat geldt voor metingen dB(A) maar indien er een dB(C) norm is gegeven, dan geldt dat ook voor deze metingen.

Waarom ook dB(C)?

Er wordt onderkend dat er tegenwoordig in verhouding meer basgeluid nodig is om aan het karakter van bepaalde muzieksoorten recht te doen. Tot 2001 werden geluidsnormen uitsluitend aangegeven met dB(A)-waarden. Verschillende gemeenten experimenteren met het opleggen van een norm in dB(C), maar men is zoekende.
Wanneer er in verhouding veel bas in het geluid gemixt wordt heeft dat relatief weinig invloed op het totale volume, maar veel invloed op de overlast.

Het verschil tussen dB(C) en dB(A).

Het verschil tussen aantal decibels gemeten in dB(C) en gemeten in dB(A), is een goede indicatie voor het aandeel van de zware bassen in het totale volume. Wij spreken van de basverhouding. Stedelijk beleid is dat dit verschil nooit boven 15 dB mag komen. Dus, een geluidsnorm van 100 dB(A) zou hand in hand gaan met 115 dB(C). Deze begrenzing geeft gemeenten in zekere mate een middel ter regulering in handen.

Wat is volgens beleidsmakers nog duldbaar?

Twintig jaar geleden is door de "Interdepartementale Commissie Geluidshinder" onderkend dat gemeenten moeite hadden met het formuleren van hun beleid met betrekking tot geluidsnormen voor evenementen in de openlucht. Als handreiking is in 1996 de nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" opgesteld en deze nota wordt tot vandaag gebruikt als leidraad in het vergunningproces voor muziekevenementen.

Ik zal hieraan refereren als nota EMELK.

Geluidswaarden binnen de woning van 45-50 dB(A) wordt gekenmerkt als 'zeer ernstige overlast', daarboven wordt de overlast als 'onduldbaar' beschouwd.

Over binnenshuis stoorgeluid van 50 dB(A) door nabijgelegen evenementen schreef men het volgende:
"Dit zou betekenen dat men (voor het gehoor) dubbel zo luid zou moeten spreken om nog goed verstaanbaar te zijn, en minimaal het spraakniveau naar 53 dB(A) zou moeten verhogen (fysisch een verdubbeling) om nog net verstaanbaar te zijn. Dit is zo'n ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer, dat hier de grens zou moeten liggen van wat in redelijkheid van een omwonende gevraagd kan worden te accepteren, en wat daarom kan worden gezien als de grens waarboven een geluid als "onduldbaar" kan worden gekwalificeerd."

Opgemerkt moet worden dat in 1996 nog niet veel evenementen bestonden waar de bastonen een groot aandeel hadden in de totale geluidsproductie. Tegenwoordig is hier wel meer oog voor, maar de gebruikte maatregelen (zoals de basregulatie norm van max 15 dB verschil tussen C- en A-weging) leidt nergens tot een vertaling naar normering op de plaats waar de overlast plaatsvindt; binnen de woning.

Het is dus goed mogelijk dat niet dB(A) maar de hoeveelheid dB(C) binnenshuis de beperkende factor is voor toegestane geluidsproductie, wanneer de muziek relatief veel bastonen bevat.

Waar wordt er gemeten?

Met een toelaatbare waarde van 50 dB(A) binnenshuis en een gemiddelde demping door de gevels van 20 decibel of 25 dB voor nieuwere woningen, staat de gevelnorm op 70 dB(A) of 75 dB(A) voor nieuwere woningen.
Er wordt, in een ideale situatie, tijdens het gehele festival aan de gevel gemeten, en er wordt ingegrepen zodra de waardes boven de norm uitkomen. Het gaat vaak om gemiddelde waardes per 5 minuten (LAeq), en men meet bij de dichtstbijzijnde gevel.

Volstaat dit? Waar het gaat om voorkoming van geluidsoverlast van evenementen zonder excessieve basverhouding, is de gevelmeting een goed middel om bewoners te beschermen tegen onduldbare geluidsniveaus binnenshuis. Mocht er aan de gevel meer dan 70 dB(A) gemeten worden, dan moeten de schuiven naar beneden, en kan de bewoner weer slapen/tv kijken/converseren. De basverhouding is hierbij geen factor, men kijkt naar een gemiddelde.

In de praktijk wordt vaak een andere methode gebruikt...
Een festival laat vooraf onderzoeken door een gespecialiseerd bureau hoeveel decibels zij bij het podium kan uitstoten om de dB(A) gevelnorm te respecteren. In de vergunning staat meestal de podiumnorm, deze wordt in de regel gemeten op ca. 25 meter voor het podium. Dat meetpunt wordt aangeduidt als "Front of House", kortweg FoH.

Ter regulering van de bastonen stelt men een grens aan het verschil tussen dB(C) en dB(A) van 15 decibel. Dit is vaak de enige concrete basbewuste maatregel, en deze wordt slecht gehandhaafd.

Op de vraag waarom er geen gevelmetingen in dB(C) wordt gedaan, worden in de regel door de normgevende instantie 2 redenen genoemd.

  • Een goede gevelnorm voor dB(C) is moeilijk te berekenen omdat, anders dan voor de dB(A), het geluidsniveau niet redelijk lineair daalt naarmate de afstand tot de bron groter wordt. Met dB(C) is het dus minder goed te berekenen.
  • Er is altijd Laagfrequent geluid in de omgeving wat wij mensen niet opmerken. De wind die bomen en struiken laat ruisen, autoverkeer, industrie op afstand. Hoe verder je van een festival meet, hoe groter het aandeel 'stoorgeluiden' in de 5-minuten meting, dus hoe onzuiverder de dB(C) meting is.

Kernvraag:  Voorkomt dit werkelijke overlast?

Vergunningenbeleid gaat ervan uit dat enige mate van overlast niet is te voorkomen.
Beleidsmakers en uitvoerders gaan ervan uit dat de gebruikte combinatie van maatregelen volstaat ter voorkoming van onduldbare overlast. Deze aanname is echter gebouwd op een aantal onjuiste aannames.

Lees hier de vooronderstellingen, en waarom zij geen goede fundering zijn voor het huidige geluidsbeleid.

Stellingname

Gekeken naar de voorgaande feiten en beweringen moet worden geconstateerd dat het voorkomen van onduldbare overlast in de woningen rondom een modern buitenfestival -met de huidige beheersingsmaatregelen- onmogelijk is.

Wij:

  • Omwonenden rond festivallocaties, op korte maar ook grotere afstand

constateren dat:

  • festivals in de open lucht meer en meer bastonen zijn gaan produceren
  • de in 1996 opgestelde definitie van 'onduldbare overlast' de gemeenten te weinig handvat biedt ter voorkoming van overlast
  • de gebruikte combinatie van maatregelen ter regulering van de bastonen niet volstaat
  • de instanties moeite hebben met het kwantificeren van gemelde overlast/hinder en geuit bezwaar, omdat deze niet in hun normkader past
  • de instanties daardoor moeite hebben met de handhaving

en verzoeken het volgende:

  • Er moet worden vastgesteld welke dB(C) waarde binnenshuis nog aangemerkt kan worden als duldbaar. Hierbij moet gekeken worden naar de specifieke karaktereigenschappen van laagfrequent muziekgeluid. Het is zeker niet dB(A)+15dB
  • Vanwege slechtere geveldemping bij lage tonen, verzoeken wij een conservatieve gevelnorm op basis van de toegestane dB(C) binnenhuiswaarde
  • Deze gevelnorm moet worden uitgedrukt in korttijdsgemiddelde (1 minuut)
  • Het niet kunnen garanderen van de dB(C) gevelnorm moet weigeringsgrond zijn voor een festivalvergunning
  • Handhaving dient met meer gezag en meer basbewust plaats te vinden
  • Tot een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek een gefundeerde gevelnorm geeft, verzoeken wij een gevelnorm aan te houden van niet meer dan 80 dB(C) voor oudere woningen en 85 dB(C) voor nieuwere woningen.

Bekijk de Petitie


Lager Toontje realiseert zich heel goed dat gevelnorm in dB(C) in de praktijk lastig is:

Ten eerste is daar het probleem van herkenning van overschrijding; Gaat het om omgevingsruis of over een nieuwe climax op het podium? Het is 2016 en de techniek kan ons hier helpen. Een smartphone bijvoorbeeld is tegenwoordig al in staat ieder muziekstuk binnen 4 seconden te herkennen. Meetapparatuur moet in staat zijn of in staat gemaakt worden om onderscheid te maken. Software kan uit metingen op verschillende gevelmeetpunten berekenen of volumeverhogingen afkomstig zijn van een vast punt (podium) of van een voorbijrijdende vrachtwagen. Het is aan de festivalbranche om hier met oplossingen te komen. Desnoods beoordeelt een onafhankelijke controleur met het eigen oor tijdens het gehele festival of een overschrijding is toe te schrijven aan de DJ of stoorgeluid.

Ten tweede vanwege het feit dat op de gevel onverwacht hoge geluidswaarden kunnen staan. Door condities in de atmosfeer misschien, wellicht omdat het akoestisch model te optimistisch is geweest. Er kan met de vergunning in ieder geval geen garantie meer worden gegeven op toegestane uitstoot op het podium, en dat is een risico voor de festivalorganisator.

Ten derde, en zeker niet minder belangrijk, zal de uitstoot bij het podium in die mate worden ingeperkt dat veel moderne festivalgangers, zelfs zonder oordopjes, niet de ervaring krijgen waarvoor zij bereid zijn te betalen. Het is juist deze krachtige ervaring die met het lijf wordt waargenomen, al dan niet in combinatie met geestverruimende middelen, die ten grondslag ligt aan het enorme succes en de groei van de openluchtfestivals. Zonder bas 'is het geen feest'.

Lager Toontje ziet deze praktische bezwaren als een probleem van de organisaties en niet, zoals in de laatste 20 jaar, als het probleem van de omwonenden.

In de praktijk kan het nodig zijn de festivals verder uit de bebouwde kom te plaatsen, zonder verruiming van de geluidsnormen.

De NSG onderschrijft deze stellingame. Meer over hun werk om te komen tot een richtlijn met betrekking tot Evenementen waarbij muziekgeluid ten gehore wordt gebracht, is te vinden op de website van de NSG.